Beginpagina  |  Stem op uw Dierbaaroord  |  Nomineer uw Dierbaaroord  |  Lees de spelregels
voormalig kantongerecht heerlen
Saroleastraat
Mijn dierbaar oord: het voormalige, inmiddels afgebroken kantongerechtsgebouw aan de Saroleastraat in Heerlen

Het kan raar lopen in een mensenleven. Waar de plek was, is ze niet meer. Waar het nu is, was het niet: het kantongerechtsgebouw in Heerlen. Tot in de jaren ‘70 aan de Saroleastraat, maar toen afgebroken. Vanaf 1976 in een nieuw gebouw aan de Akerstraat. Geen plek waar je voor je plezier komt. Tenzij je er - zoals ik - werkt of tenzij een gang ernaartoe noodzakelijk is. Zoals voor mijn schoonouders, in 1951. Kijk, daar schuifelden ze allebei eerbiedig naar binnen, in 1951, in het kantongerecht aan de Saroleastraat. Jonge mensen nog. Ze hadden toestemming nodig van de kantonrechter om te trouwen, want hun ouders waren tégen. Zo ging dat toen nog in die tijd. Een jonge man die in de mijnen werkte, een jonge vrouw die haar leven met hem wilde delen. Waarschijnlijk in het zondagse pak naar de kantonrechter, en een beetje nerveus. Er hing toch veel van af. Toen die twee weer naar buiten liepen, zullen ze elkaar een kus hebben gegeven, en ze begonnen aan het avontuur van hun leven. Nog geen idee dat ze drie kinderen zouden krijgen, eerst twee jongens en tenslotte een meisje. Geen idee dat ze toen inmiddels, in 1961, zouden wonen in Heerlerheide, in de wijk die de Herman Göring-kolonie werd genoemd. Geen idee dat er, toen hun dochtertje in de wieg lag, ver weg in Alkmaar net een jongetje zou zijn geboren, dat hun schoonzoon zou worden. Geen idee nog, toen in 1951, dat de mijnen later zouden worden gesloten, dat de man zonder werk kwam te zitten, dat de kinderen toch gevoed moesten worden en dat dus uiteindelijk met veel verdriet besloten zou moeten worden om Limburg te verlaten, om maar werk te vinden bij de Hoogovens in IJmuiden, en een woning in Alkmaar. Nee, van dat alles hadden die twee jonge mensen die het kantongerecht aan de Saroleastraat in 1951 verlieten, geen idee. Het is ook maar goed dat je niet alles van tevoren weet. Want wat zou het vertrek uit Heerlen naar Alkmaar zwaar vallen. In het begin. Vanuit het Diepe Zuiden naar het Hoge Noorden. Glück auf, koempeltje.
Als ze nog wat verder in een glazen bol hadden mogen kijken, zouden ze nog meer hebben gezien. Kijk, de jongste, hun dochter, zou verder in Alkmaar opgroeien en verliefd worden op een oer-Alkmaarse jongen. Ja, zo gaan die dingen. En kijk nu eens, samen zouden die twee, hun dochter en hun schoonzoon, getrouwd, in 1987 vanuit Alkmaar naar Maastricht verhuizen. Deels noodgedwongen, want een avontuur in de advocatuur in Leeuwarden was voor die jongen mislukt en banen lagen niet voor het oprapen. Een buitenkans ook, want de jongen zou daar bij de rechtbank in Maastricht een rechtersopleiding kunnen gaan volgen, die hij op zich al van jongs af aan ambieerde. Van Alkmaar naar Maastricht. Daar zouden die twee gaan, ver weg van familie en vrienden, met gemengde gevoelens. Alles achter je laten, van het Hoge Noorden naar het Diepe Zuiden, met alleen nog de tante van het meisje in Treebeek die ze daar kenden. Wat een verdriet voor de ouders van het meisje zou het zijn. Zelf van Zuid naar Noord gegaan en nu zou de dochter de omgekeerde weg gaan.
Maar kijk nog eens in de bol: ja, hun dochter en schoonzoon zouden er gelukkig worden in Maastricht, kinderen krijgen en de ouders van het meisje zagen zichzelf weer vaak als grootouders naar Limburg komen en hun jeugdjaren opnieuw beleven, al was er ook veel in Heerlen veranderd in de tussentijd. En kijk nog eens in de bol, lieve jonge mensen die in 1951 het kantongerecht verlieten: in 2004 zou iets ongelofelijks gaan gebeuren: de Alkmaarse schoonzoon zou nota bene kantonrechter in Heerlen worden. De cirkel zou rond worden. Die jonge man en dat jonge meisje uit 1951 zouden het nog meemaken. Inmiddels zouden zij wel oud zijn geworden, zagen ze in de glazen bol. Alleen aan de armen van de oude man zou je nog kunnen zien met hoeveel kracht hij in de mijnen had moeten jekkeren met voorhamers en zo. Aan het accent van de oude vrouw zou je kunnen blijven horen waar haar wortels en liefde lagen: daar is mijn vaderland, Limburg, dierbaar oord.
Maar zo’n glazen bol bestaat natuurlijk niet. En zo liepen, onwetend van wat nog allemaal zou komen, beide jonge mensen in 1951 in een voorjaarszonnetje door de stad. De kantonrechter had zojuist toestemming verleend om te trouwen. De jongen had nachtdienst en ging nog wat slapen. Zij werkte bij Schunck en moest gauw weer aan de slag.
Ik denk nog vaak aan die twee, als ik het kantongerecht binnenstap, om te gaan werken. Het bezoek van mijn schoonouders aan de kantonrechter in 1951 blijft me ontroeren. Het kantongerecht als dierbaar oord. Glück auf, koempel. Glück auf, kantonrechter. Ja, het kan raar lopen in een mensenleven.


Deze lokatie werd keer genomineerd 0 stemmen
 
Toon alle nominaties
Disclaimer ©2009 CNI-Concepts